TransAnatolie Welcomes You  to TurkeyOntdek Turkije via TransAnatolie Tour

 

 

 

En  Fr  De  Nl  Be  Tr

Chronologie ] Oude Beschavingen ] Anatolische Beschavingen ] Catalhoyuk ] Sumer ] Akkad ] De Trojanen ] HattiŽrs ] Assyrians ] [ Hittieten ] Phrygians ] Urartians ] Lydians ] Lycians ] Ionians ]

Hittieten

 

Up

Hettieten

 

De Hettieten (of Hittieten) zijn een antiek volk dat een Indo-Europese taal sprak, verwant aan het Akkadisch, en een koninkrijk stichtte rond de stad Hattusa (het tegenwoordige BoğazkŲy in noord-centraal Turkije). Dit rijk hield stand gedurende een groot deel van het tweede millennium voor Christus.

 

Het Hettitisch Koninkrijk, dat op zijn hoogtepunt centraal AnatoliŽ, noordwestelijk SyriŽ tot aan Ugarit en MesopotamiŽ tot aan Babylon omvatte, bestond tussen ongeveer 1700 en 1200 v.Chr.. In de tijd rond 1200 v.Chr. was het gehele oostelijke Middellandse Zeegebied in grote beroering geraakt. Omdat veel steden in vlammen opgingen, wordt dit de brandcatastrofe genoemd. In de ijzertijd, die hierop volgde, viel het Rijk van de Hettieten uiteen in verschillende onafhankelijke stadsstaten, waarvan sommige tot ongeveer 700 v.Chr. bleven bestaan.

 

Het Hettitisch Koninkrijk of in ieder geval zijn kernregio, stond bekend als het land Hatti in het Hettitisch. De Hettieten moeten echter niet verward worden met de HattiŽrs, een veel ouder volk dat dezelfde regio tot aan het tweede millennium v.Chr. bewoonde en dat geen Indo-Europese taal sprak, maar het Hattisch. Verder worden de Hettieten die in de Bijbel worden vernoemd eerder Neo-Hettieten genoemd. Zij waren de erfgenamen die na de val van het Hettitisch Koninkrijk in AnatoliŽ vanaf 1200 v.Chr. SyriŽ in handen hadden. Zij hadden weinig gemeen met hun voorgangers en spraken Luwisch.

   

Hettieten

Archeologische ontdekking

Geografie

Geschiedenis

Mythologie

Bijbelse Hettieten

Tijdlijn

Lijst van Hettitische koningen

Hattisch

Oude Koninkrijk

Hettitisch Middenrijk

Koningen van het Middenrijk

Nieuwe Koninkrijk

Referenties

Hettitische leger

   

Archeologische ontdekking

Het eerste archeologische bewijs voor de Hettieten verscheen in kleitabletten zoals gevonden in de Assyrische kolonie van KŁltepe (voormalig Karem Kanesh), met de beschrijvingen van handel tussen Assyrische kooplui en een zogenaamd "land van Hatti". Sommige namen in de tabletten waren noch Hattisch noch Assyrisch, maar duidelijk Indo-Europees.

 

Reeds in 1812 rapporteerde reiziger Burckhart in zijn boek Travels to Syria over een basaltsteen op een hoek van de markt in Hama (bijbels Hamath) met daarop vreemde figuren en tekens, lijkend op hiŽrogliefen, maar anders dan de Egyptische. Het zou echter tot 1872 duren tot de missionaris William Wright er in zou slagen een kopie van de inscriptie te maken. In 1876 stelde A.H. Sayce de uit Egyptische bron bekende Kheta en de uit Assyrische bron bekende Hatti aan elkaar gelijk en schreef de inscripties uit Hama toe aan dat volk: de Hettieten (zoals tevens genoemd in de Bijbel). In 1887 brachten opgravingen bij Tell El-Amarna in Egypte de diplomatieke correspondentie tussen farao Amenhotep III en zijn zoon Akhnaten aan het licht. Twee brieven van een "koninkrijk van Kheta" -- blijkbaar geplaatst in ongeveer dezelfde regio als de Mesopotamische referentie aan het "land van Hatti" -- waren geschreven in standaard Akkadisch spijkerschrift, maar in een onbekende taal; ook al konden wetenschappers het lezen, begrijpen konden ze het niet. De naam "Hettiet" is verbonden aan de beschaving zoals opgegraven in BoğazkŲy.

 

Tijdens sporadische opgravingen bij BoğazkŲy (Hattusa) vanaf 1905 vond archeoloog Hugo Winckler een koninklijk archief met 10.000 tabletten, gegraveerd met Akkadisch spijkerschrift en dezelfde onbekende taal als de Egyptische brieven uit Kheta ó aldus de identiteit van de twee namen bevestigend. Hij bewees ook dat de ruÔnes bij BoğazkŲy de overblijfselen van een ooit machtig rijk waren, die op enig moment geheel noordelijk SyriŽ onder controle had.

 

 

Geografie

Het Hettitische koninkrijk concentreerde zich rond het land van Hattusa en Neöa, bekend als het "land van Hatti" (URUHa-at-ti). Vanaf het moment dat Hattusa de hoofdstad werd, beschouwt men het gebied omsloten door de bocht in de Halys rivier als de kern van het rijk, en sommige Hettitische wetten maken een onderscheid tussen "deze zijde van de rivier" en "die zijde van de rivier", bijvoorbeeld de beloning voor de gevangenneming van gevluchte slaven is hoger als deze in staat was geweest om de rivier over te steken, dan die voor een slaaf die gevangen genomen kon worden voordat hij de rivier bereikte.

 

Ten zuiden van het kerngebied lag het territorium van Kizzuwatna in het gebied van de Taurus. In het westen Arzawa. In het noorden de bergvolken van de KaskiŽrs, die gedurende de gehele Hettitische periode opstandig bleven. In het oosten Mitanni. Na de inlijving van Arzawa en Mitanni (onder Suppiluliuma I), grensde de Hettitische invloedssfeer onder Mursili II aan Hayasa-Azzi in het oosten, aan Ahhiyawa in het westen, aan Egyptisch Kanašn in het zuiden en aan AssyriŽ in het zuidoosten.

 

 

Geschiedenis

Het Oude Koninkrijk, in de bronstijd gecentreerd rond Hattusa, beleefde haar hoogtepunt in de 16e eeuw v.Chr., en slaagde er op enig moment zelfs in om Babylon te plunderen, maar maakte geen aanstalten om daar te regeren. In plaats daarvan kozen zij ervoor om de macht over te dragen aan de Kassitische bondgenoten die er vervolgens 400 jaar zouden heersen. Tijdens de 15e eeuw v.Chr. beleefde het Hettitische rijk een donkere periode, om weer te verrijzen onder de heerschappij van Tudhaliya I vanaf ca. 1400 v.Chr.

 

Onder Suppiluliuma I en Mursili II strekte het rijk zich uit tot bijna geheel AnatoliŽ en delen van SyriŽ en Kanašn, waardoor rond 1300 v.Chr. de Hettieten grensden aan de Egyptische invloedssfeer, met als gevolg de bekende slag bij Kadesh in 1274 v.Chr.. Burgeroorlogen en rivaliserende aanspraken op de troon, in combinatie met de externe bedreigingen, waaronder mogelijkerwijs ook de dreiging van de zogenaamde Zeevolken, verzwakten de Hettieten. Rond 1160 v.Chr. stortte het rijk in elkaar. Archeologische opgravingen geven aan dat de hoofdstad Hattusa niet werd vernietigd, maar in de 13de eeuw is verlaten.

 

Een mozaÔek van kleine staatjes, los van de centrale regering en bevrijd van vreemde garnizoenen, wordt zich bewust van hun onafhankelijkheid. "Neo-Hettitische" stadstaten, ondergeschikt aan Assyrisch gezag, kunnen zich nog tot za 700 v.Chr. voortgesleept hebben.

 

Hettitische en Luwische dialecten ontwikkelden zich tot de spaarzaam beschreven Lydische, Lycische en Carische talen. Overblijfselen van deze talen drongen door tot in Perzische tijden en werden uiteindelijk uitgeroeid door de verspreiding van het Hellenisme.

 

Het Hettitisch spijkerschrift is dat van de 3e Ur Dynastie: dit hebben zij alleen in SyriŽ kunnen vinden, wat aantoont dat zij of een aantal van hen in dit land hebben gewoond en er de tijd hadden de schrijfkunst te leren.

 

 

Mythologie

Zie Hettitische mythologie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

 

Hettitische religie en mythologie stond onder invloed van de Mesopotamische mythologie, welke in de loop van de geschiedenis steeds groter werd. In vroegere tijden konden nog wel Indo-Europese elementen gezien worden, bijvoorbeeld Tharhunt de god van de donder, en zijn conflict met de slang Illuyankas.

 

In hun teksten zijn aanwijzingen te vinden dat de Hettieten Indra, Mithra en Varuna vereerden. Zij voerden berggoden en stormgoden in. In de geschriften van een van de eerste Hettitische koningen, Koning Annita, wordt de stormgod Taru als hoogste godheid vermeld.

 

Gurney maakt echter uit de teksten van Boghazkoy op dat 'in Arinna de opperste godheid klaarblijkelijk de Zonnegodin Wurusemu was, wier gemaal, de weergod Taru, slechts de tweede plaats bezette'. Als dochters worden Mezulla en Hulla genoemd, en als kleindochter Zintuhi. Sommige teksten beschrijven rituelen voor deze Zonnegodin, waaruit blijkt dat de koningin ook hogepriesteres was voor de Godin. Gurney merkt verder op dat de Arische koningen de eerdere Hattische heiligdommen aanvankelijk in stand hielden, ' terwijl ze voor zichzelf het ambt van opperhogepriester van de streek opeisten '.

 

Er is ook een mythe van het verslaan van de draak. Koning Mursilis II vermeldt de viering van de stormgod in verschillende steden. In een brief verwijst hij tevens naar het grootste feest van vergelijkbare omvang in de hoofdstad Hattusas. Dit ging door in het mausoleum van de Godin Lilwanis. Daar werd een strijd geŽvoceerd tussen de stormgod en de draak Illuyankas. Een jongeman Hupisayas had met de Godin Inara geslapen en verwierf daardoor voldoende kracht om de stormgod te helpen bij het verslaan van de draak. Dit verhaal is analoog aan dat van Tiamat, de symbolisering van de kracht van de Godin die door Marduk werd van de macht verdrongen.

 

Het Hettitisch woord tarh betekent verovering. In het Sanskriet waaraan deze taal verwant is, betekent tura zoveel als machtige of kracht. (In India was Turashah een epitheton voor Indra). Het woord tauros en toros betekent stier. Het centrale gebergte in AnatoliŽ heet de Taurus, met als hoogste top de Toros. Het woord kan ook in verband staan met bergen zoals Hor, Hur of Hara.

 

 

Bijbelse Hettieten

Zoals boven vermeld is de term "Hettieten" een exoniem, afkomstig van de Hebreeuwse bijbel Heth, gekozen vanwegen de overeenkomst met de naam "Hatti", en tevens vanwege het feit dat de Bijbelse Hettieten naar verluidt een grote mogendheid was die "in de bergen" en "noordwaarts" van Kanaan lag. Aangezien, volgens de Documentaire hypothese, de Hebreeuwse bijbel lang na de val van het Hettitische rijk geschreven is, nemen enkele wetenschappers aan dat de bijbelse aanduidingen verwijzen naar Neo-Hettitische Luwische stadsstaten. Deze Neo-Hettieten, die vanaf 1200 v.Chr. noordelijk SyriŽ in handen hadden, na de val van het grote Hettitische Rijk in AnatoliŽ, hadden weinig gemeen met deze laatsten en spraken zelfs een andere taal, het Luwisch, in plaats van Akkadisch. Zij worden een 40-tal keren in de Bijbel vernoemd.

 

De kleinzoon van Abraham, Esau huwde een Hettitische. En Abraham zelf kreeg van de Hettiet Efron een stuk land met een grot erop, waar hij later werd begraven.

 

Voor verwijzingen naar de Hettieten in de bijbel zie onder andere: Gen. 10:15; 15:19-21; 23:3-20; 26:34; 36:1-3; Num. 13:29; Jozua 1:2-4; 3:10; 1 Kon. 11:1; 2 Kon.7:6-7; 2 Kron. 1:17; Ezek. 16:3.

 

 

Tijdlijn

  • circa 1750 - 1400 v.Chr. - Oude Rijk - (Hattusa wordt de hoofdstad over de verschillende, aanvankelijk onafhankelijke, stadsstaten in centraal AnatoliŽ)
  • 1400 - circa 1180 v.Chr. - Grootrijkstijd - (beginnend met Tudhaliya; Suppiluliumas I verovert SyriŽ en Muwatallis valt Egyptenaren aan (Kadesh))

Nota bene: De literatuur geeft twee verschillende indelingen vinden. De eerste indeling is die zoals u hierboven ziet: een oud rijk, gevolgd door de grootrijkstijd. Deze indeling lijkt zich met name te betrekken op de politieke en legislatieve situatie. Zo spreken de wetsteksten over een situatie "nu" en een situatie "vroeger". Bovendien blijken er ook enkele taalkundige verschillen te zijn in de teksten van beide periodes; een Oud- en een Jong Hettitische taalperiode. Echter, uit de verdere ontwikkeling van de hettitiologie is ook nog een Middelhettitische taalfase gebleken - waarvan de ontwikkeling wellicht in de hand is gewerkt door het gebrek aan macht aan het eind van het Oude Rijk - , zodat sinds ca. 1960 ook een driedeling bestaat parallel aan de taal- en schriftfases: een Oudhettitische, een Middelhettitische en een Jonghettitische periode. Het gevolg van deze verschillende indelingen op verschillende soorten argumenten is dat er nu ook een synchonisatie van beide indelingen gewenst zou kunnen zijn, met als gevolg dat men soms spreekt van het 'late oude rijk' en van de 'vroege grootrijkstijd' als parallel voor de Middelhettitische periode.

 

Lijst van Hettitische koningen

 

De datering en volgorde van de Hettitische koningen is samengesteld uit fragmentarische stukken, en alle data hier geven zijn benaderingen, gebaseerd op overeenkomsten tussen bekende tijdslijnen van buurstaten. Er is maar weinig bekend over de heersers tijdens de periode van het Midden Koninkrijk. De volgorde en data volgen grotendeels Bryce (1998). McMahan (1989) geeft Hattusili II en Tudhaliya III in omgekeerde volgorde. Onder andere Bryce gebruikt geen aanduiding voor het Midden Koninkrijk. In plaats daarvan eindigt bij hem het Oude Koninkrijk met Muwatalli I en begint het Nieuwe Koninkrijk met Tudhalija I. Evenmin wordt Tudhaliya "de Jongere" over het algemeen opgenomen in de lijst van Hettitische koningen, aangezien hij vermoord werd toen zijn vader Tudhaliya II stierf.

 

Hattisch

 

Pamba 23e eeuw - koning van Hatti

Pithana vroeg 18e eeuw - koning van Kussara, veroveraar van Neöa

Piyusti 18e eeuw - koning van Hatti, verslagen door Anitta

Anitta, zoon van Pithana, midden 18e eeuw, koning van Kussara, vernietiger van Hattusa

(Tudhaliya)

(PU-LUGAL-ma)

 

Oude Koninkrijk

 

Labarnas I ca. 1680Ė1650. Traditioneel gezien als de stichter, maar wellicht legendarisch

Labarnas II (Hattusili I) c. 1650Ė1620. Wellicht de eerste heerser die Hattusa bezette

Mursili I ca. 1620Ė1590

Hantili I ca. 1590Ė1560

Zidanta I ca. 1560Ė1550

Ammuna ca. 1550Ė1530

Huzziya I ca. 1530Ė1525

Telepinu ca. 1525Ė1500

 

Hettitisch Middenrijk

 

Het Middenrijk van de Hettieten is een periode tijdens de 15e eeuw v.Chr. waarover zeer weinig bekend is. Het is niet zozeer een zelfstandige fase in de geschiedenis van de Hettieten, maar meer een periode van transitie tussen het Oude en het Nieuwe Koninkrijk. Zo goed als niets is bekend over de geschiedenis van de Hettieten in deze periode. De laatste koning van het Oude Rijk, Telepinu, heerste tot ca. 1500 v.Chr. Het Middenrijk is de hieropvolgende donkere periode die duurt tot de opkomst van het Nieuwe Koninkrijk, het eigenlijke Hettitische Rijk, ruim 70 jaar later met Tudhaliya I vanaf ca. 1430 v.Chr.

 

Koningen van het Middenrijk

 

Alluwamna

Tahurwaili

Hantili II

Zidanta II

Huzziya II

Muwatalli I

 

Nieuwe Koninkrijk

 

Tudhaliya I ca. 1430-1400 (?)

Arnuwanda I ca. 1400-1360 (?)

Tudhaliya II ca. (?)-1344

Hattusili II (?)

Tudhaliya III "de Jongere"

Suppiluliuma I ca. 1344-1322

Arnuwanda II ca. 1322-1321

Mursili II ca. 1321-1295

Muwatalli II ca. 1295-1272

Urshi-Teshub/Mursili III ca. 1272-1267

Hattusili III ca. 1267-1237

Tudhaliya IV ca. 1237-1209 (Kurunta ca. 1228/7)

Arnuwanda III ca. 1209-1207

Suppiluliuma II ca. 1207-1178

 

Referenties

Bryce, Trevor, The Kingdom of the Hittites, Oxford (1998).

McMahon, G., Hittite History, Biblical Archaeologist 52 (1989), 62 Ė 77

 

 

Hettitische leger

 

De Hettitische koning was belast met het bevel over het Hettitische leger. Hij deed dit meestal in persoon, aangezien de Hettitische maatschappij van oorsprong militaristisch was. Hij kan echter zijn bevoegdheid overdragen, ofwel omdat hij religieuze plichten had te vervullen, ofwel omdat hij zieke was. Het Hettitische leger, ongeveer dertigduizend man sterk in vredestijd, wordt gevormd door dienstplichtigen, door huurlingen en door de door de Vazalstaten geleverde manschappen. Het leger kent een decimale indeling: de basiseenheid omvatte 10 mannen die door een uit de lage adel afkomstige officier aangevoerd werden. Op de hogere niveau's werd men groepeert in eenheden van 100, en vervolgens 1000 man. Er was waarschijnlijk geen soldij voor de dienstplichtige mannen en deze betalen zich in het algemeen met de buit die ze veroverden. Wanneer men gelegerd was, leefde het leger zeker van het land, maar er bestond een dienst van voorziening van de legers die werd uitgerust met wagens met ossen en ezels. De wapens van de Hettitische soldaten waren de lans, de rechte of gebogen degen, de dolk, de bijl en de boog een dertigtal pijlen in een pijlenkoker, die eerder gebruikt werd door de lichte infanterie. De strijder werd door wapenrusting met schubben, een helm en een schild beschermd.

 

 

Hettitische strijdwagen (tekening van een Egyptisch relief)Het leger bestond uit twee delen: de infanterie en de strijdwagens. De infanterie speelde de voornaamste rol slechts op geaccidenteerd terrein, nochtans was haar rol in het handhaven van de orde in de overheerste landen essentieel. Zij werd in het bijzonder gevormd om geforceerde en dus onverwachte aanvallen te lanceren, haar systematische training en discipline maken er een zeer goed leger van. Daarentegen, wanneer het terrein het toeliet, was de strijdwagen het wezenlijke element van het gevecht: licht en gemakkelijk bestuurbaar, snel, waarborgde hij een relatieve snelheid van bij de start. Hij werd door de bestuurder, een soldaat en een assistent die als taak had de anderen met een schild te beschermen bestegen. Door eerder de lans dan de pijl (gebruikt door het Oud-Egyptische leger) te gebruiken, hadden de Hettieten er een efficiŽnt aanvalswapen van gemaakt, belast met de taak om in de vijandige rangen in te slaan, om ze uit elkaar te halen en om er paniek te zaaien.

 

De Hettieten waren eveneens vroege meesters in de kunst van stadsvestingwerken.

De Slag bij Kadesh (soms ook als Kadesj, Qadesh of Quadesh gespeld) ook wel Kinza genoemd - te identificeren met het huidige Tell Nebi Mend aan de rivier Orontes in Syrie - vond plaats tussen de legers van Egypte onderleiding van Ramses II (1304 Ė 1237 v.Chr.) en de Hettitische strijdmachten onder leiding van Muwatalli II en werd nabij die rivier uitgevochten in het jaar 1274 v.Chr..

 

De slag bij Kadesh was de militaire climax in de spanning tussen het Egyptische en het Hettitische rijk, in een conflict dat al jaren sleepte. Beide machten troffen elkaar in de grensgebieden van hun rijken, het huidige SyriŽ. De Hettieten waren naar SyriŽ afgezakt om Amurru, een voormalige vazal die naar de Egyptische kant was overgelopen, terug onder Hettitisch gezag te plaatsen. De Hettieten kampeerden in Carchemish en waren woest op de Egyptenaren vanwege dat verraad. De Egyptenaren zelf deden er alles aan om de controle over hun nieuwe vazal te behouden en rukten massaal uit om het land te beschermen. Het was waarschijnlijk de grootste strijdwagenslag ooit, er werden ongeveer 5000 voertuigen ingezet.

 

De Hettitische koning Muwatalli II plaatste zijn troepen achter de grote heuvel bij Kadesh. Hij kon beroep doen op vele van zijn bondgenoten, waaronder Rimisharrinaa, de koning van Aleppo. Ramses II voelde zich veilig nabij Kadesh want hij dacht dat het Hettietische leger nog in Aleppo zat, maar kwam de waarheid pas te weten toen zijn verkenners twee Hettietische soldaten gevangennamen. Ramses zond onmiddellijk koeriers naar de Ptah en Setekh divisies (in het Egyptische leger kregen de divisies namen van goden), die zich nog steeds aan de verkeerde kant van de rivier Orontes bevonden en maande hen hem snel te hulp te komen. Echter voordat Ramses zijn divisies bijeen kon krijgen, reden ongeveer 2000 strijdwagens van Muwatilli's strijdmacht in op het centrum van de Ra en Amon divisies en sloegen aan het plunderden in de Egyptische kolonne. De Hettiten, in (voorbarige) overwinningsroes en afgeleid door alle buit die er te halen viel, werden op hun beurt echter overvallen door de haastig ontboden Ptah en Setekh divisies, die zodoende Ramses van de ondergang wisten te redden.

 

De Egyptenaren moesten nu terugtrekken. Ramses zelf kon ternauwernood ontsnappen aan gevangenschap, mede door versterkingen die door Amurru gestuurd waren om de farao te assisteren en die de Hettieten konden terugdringen. Door de gewonnen tijd konden de Egyptenaren zich hergroeperen en de strijdwagens van de Hettieten bijna omsingelen, maar die slaagden erin om zich over de Orontes terug te trekken en zich terug bij de rest van hun leger te voegen.

 

Beide kampen noemden deze slag een overwinning, maar Ramses' troepen hadden veruit de meeste slachtoffers en waren er niet in geslaagd om meer grondgebied in te nemen. Kadesh en Amurru werden door de Hettieten hernomen. Dit verlies van prestige zorgde voor een reeks van opstanden in het Egyptische Rijk, waardoor Ramses zich niet meer op het grensconflict kon concentreren. En in 1259, in het 21ste jaar van de heerschappij van Ramses II, 15 jaar na de slag, werd het eerste paritaire vredesverdrag ter wereld (voor zover bekend althans) gesloten tussen Ramses II en Hattusili III (broer (?) en indirecte opvolger van Muwatalli II). Van dat verdrag bestaan drie versies: een Oud-/Middel Egyptische, een Akkadische en een Hettitische variant. Overigens is een reproductie van het vredesverdrag heden ten dage te vinden in het Verenigde Naties gebouw in New York.

 

Nog eens 13 jaar later, in 1246 v.Chr. stuurden Hattusili III en zijn vrouw Puduheba een hunner dochters naar Egypte om in het huwelijk te treden met Ramses II, opdat de goede relaties tussen de beide dynastieen daarmee verzekerd zouden zijn.

 

   

TransAnatolie Tour

 
 

 

 

Home ] Up ]

Mail to info[at]transanatolie.com with questions or comments about this web site.
Copyright © 1997 TransAnatolie. All rights reserved.
Last modified: 2016-08-27
 
Explore the Worlds of Ancient Anatolia and Modern Turkey by TransAnatolie Tour: Ancient Anatolia Explorer, Asia Minor Explorer, Turkey Explorer; Cultural Tour Operator, Biblical Tour Operator, Turkish Destinations, Cultural Tours to Turkey, Biblical Tours to Turkey, Health and Cultural Tours to Turkey, Thermal, Thalasso Holidays in Turkey,  Archaeological Tours to Turkey, Historical Tours to Turkey, Cultural Heritage Tours to Turkey, Cultural Tours to Turkey, Hobby Eco and Nature Tours Holidays to Turkey,  Beach and Plateau Holidays in Tuirkey, Anatolian Civilizations, Ancient Cultural Museums in Turkey, Top Turkish Museums, Museums in Turkey, Anatolian Civilizations Museum, Istanbul Archeological Museum, Ephesus Museum, Mevlana Museum, Topkapi Museum, Museum of Topkapi Palace, Turkish Cities, Turkish Destinations, Ancient Cities in Turkey, Ancient Anatolian Cities, Turkey in Brief, Turkish Culture, Turks, Turkish Language, Turkish Philosophers....Circuits culturels en Turquie, Excurcions en Turquie, Vacances en Turquie, Circuits de Culture en Turquie, Circuits de Croyance en Turquie, Turquie, Villes Antiques en Turquie, Musees en Turquie, Empires Turcs, Revolution de Mustafa Kemal Ataturk, Turquie d'Ataturk, Culturele Tours in Turkije, Rondreizen in Turkije, Reizen naar Turkije, Culturele Rondreizen naar Turkije, Vakanties in Turkije, Groepsreizen naar Turkije, Turkije, Turkse  Geschiedenis, Geschiedenis van Turkije, Oude Steden in Turkije, Oude Beschavingen, Oude Anatolische Beschavingen, Turkse Steden, Turkse Musea, Musea in Turkije, Turkse Steden, Overzicht van Turkije, Turkije in het Kort, Turks, Turkse Taal, Turkse Gescheidenis, Osmaanse Rijk, Ottamaanse Rijk, Gezondheid Tours Vakanties in Turkije, Geloof Tours in Turkije, Culturele Tour Operator, Turkije Specialist†
 
The Associaten of Turkish Travel Agencies